Discriminatie van onder anderen homoseksuelen, joden en moslims komt veel voor op basisscholen in Amsterdam. Uit een onderzoek in opdracht van de gemeente blijkt dat veel docenten geregeld te maken krijgen met discriminerende uitingen in de klas. Dat schrijven de wethouders Lodewijk Asscher van Educatie en Freek Ossel van Diversiteit en Jeugdzaken in een brief aan de gemeenteraad.
Aanleiding voor het onderzoek was een incident op een school in Amsterdam-Noord, waar een Turkse jongen jarenlang door klasgenoten werd gediscrimineerd. Zijn ouders besloten vorig voorjaar de jongen naar een andere school te sturen.
Dit incident stond volgens de verantwoordelijke wethouders niet op zichzelf. In de brief schrijven ze niet de indruk te hebben dat pesten en discriminerende opmerkingen op de betreffende school meer voorkomen dan op basisscholen elders in de stad.
De gemeente overweegt daarom een nader onderzoek naar de discriminatie in het basisonderwijs in te stellen, ‘met als doel meer inzicht te verkrijgen in de huidige interculturele verhoudingen in het primair onderwijs’. Een dergelijk onderzoek zou scholen en gemeente in de toekomst moeten helpen om discriminatie tegen te gaan.
‘Een school hoort een veilige en tolerante leeromgeving voor kinderen te zijn. Een tolerante stad sluit zijn ogen niet voor problemen maar benoemt ze’, aldus Asscher en Ossel.
De wethouders zeggen te zullen optreden als scholen discriminatie op zijn beloop laten.
Zie voor meer informatie ons dossier Onderwijs.









